filo-café Gent

februari 5, 2008

Zondag 3 februari ging in Gent het tweede filo-café door. Deze keer was ik de begeleider.  Voor mij is de uitgangsvraag heel belangrijk dus daar was ik wat zenuwachtig over. Er kwamen zo’n 60 mensen in het Volkshuis binnendwarrelen. Ik heb mijn voor- en afkeuren voor bepaalde vragen niet onder stoelen of banken gestoken. Vervolgens werd de vraag ‘Kan ik zonder illusies leven?’ democratisch gekozen, als dat nog mogelijk was. Hoe de inhoud van het gesprek verlopen is kan je lezen op http://www2.vormingplusgent-eeklo.be/filocafe.
Voor mij was het een rock-and-roll ervaring. Improviseren op wat mensen zeggen, iedereen aan bod proberen te laten komen, de boel een beetje op orde houden. Ik heb niet de illusie dat ik mensen aan het denken heb gezet. Het was erg prettig om te doen, achteraf was ik doodop maar blij. Om mij nog blijer te maken schonken de sympathieke barman en zijn vrouw stevig bier.

Hoe sta ik nu tegenover illusies?
Volgens iemand bestond er zoiets als gemeenschappelijke illusies, als voorbeeld gaf ze ‘iedereen vindt zichzelf belangrijk’. Daar kan ik mezelf wel in vinden. Na het filo-café had ik helemaal die illusie. Ze viel wel een beetje weg toen ik ’s avonds met dat sterk bier in mijn lijf nog een les yoga probeerde te volgen.

relig_yoga.jpg

Kan je zien wat je wil door te kijken naar wat je doet? Heeft het dan nog zin om te willen? Moet ik dan gewoon doen en het woord ‘willen’ uit mijn woordenschat schrappen? Je moet niet willen vermageren, maar gewoon diëten. Iets willen wat je niet doet kan voor veel ontevredenheid zorgen. Voor dubbele ontevredenheid, je bent niet blij omdat je niet afvalt en omdat je niet doet wat je wil doen. Moet je dan stellen dat mensen eigenlijk niet willen vermageren? Dat kan ik moeilijk geloven. Verdwijnt het willen door te doen?  

Kan je ook ontevreden zijn over de dingen die je niet wilt en ook niet doet? Dat lijkt me moeilijker. Niet willen zou het resultaat kunnen zijn van een weldoordachte keuze, waarbij je de gevolgen misschien jammer vindt. Je wil geld niet belangrijk vinden, en je neemt ook geen jobs aan voor het geld, maar soms vind je het wel jammer dat je je geen skivakantie kan permiteren. Het probleem met het willen is dat het in een kluster van andere dingen zit die je ook wil. Gevolgen zien van een bepaald willen is niet zo gemakkelijk en een volgorde in al die soorten willen ook niet. Je wil natuurlijk wel vermageren, maar je wil geen honger lijden en ook niet slechtgehumeurd zijn. De voorstanders van de idee dat je doet wat je wilt zouden er kunnen tegenin brengen dat je dus niet wil lijden en dat je dat dus ook niet doet. Dat gaat er ergens vanuit dat er zoiets bestaat als ‘echt’ willen, een willen dat belangrijker is dan een ander willen. Maar rondlopen met teveel kilo’s is ook een soort lijden.
Ik denk dat je dingen kan willen die je niet doet, en ook dingen kan doen die je niet wil. Omdat er dingen zijn die je niet kunt.  

filo-café

januari 10, 2008

café

In Gent ging zondag 9 januari het eerste filo-café door. In Antwerpen zijn ze er al een tijd mee bezig, het idee kwam een hele tijd geleden overgewaaid uit Parijs. Een filo-café begint met de keuze van een vraag en dan wordt er twee uur over gepraat. Het was een zonnige dag, maar er komen toch heel wat mensen graag bij elkaar om in een donker café over gewichtige zaken te praten. De twee vragen die weerhouden werden waren: ‘Wat is de (on)zin van ambitie?’ en ‘Wat gebeurt er in mijn hoofd als ik me erger?’ De laatste vraag kreeg mijn voorkeur, maar de eerste werd gekozen. Ik had al materiaal genoeg om te onderzeken wat er nu gebeurde in mijn hoofd toen ik me ergerde aan de vraagkeuze.

Wat motiveert mensen om bij elkaar te komen om te praten? Is dat omdat ze graag willen onderzoeken hoe de dingen in elkaar zitten? Of is het gewoon het plezier van het praten? Luisteren blijkt minder plezierig te zijn, want mijn indruk was dat mensen zelden reageren op wat de vorige heeft gezegd. Het lijkt er op dat het praten een puur fysiek plezier geeft. Soms is het prettig als de woorden er in zinnen komen uitgerold, en als er anderen naar luisteren. Het is als muziek maken. Soms betrap ik er me op dat ik enkel naar de toonaard van mijn stem zit te luisteren en ondertussen hoop dat de woorden genoeg blijven stromen. Wat misschien onthutsend is, dat er vaak helemaal geen bedoeling ligt in het spreken. Dat er iets aan spreken vooraf gaat, kan ik me nog voorstellen. Misschien is dat wel denken. Maar wat we er mee willen lijkt me vaak vaag.

Wat is mijn bedoeling hier? Het is prettig als het getik op mijn toestenbord een soort continuïteit geeft. Ik ben ook blij dat er straks misschien 5 mensen dit gaan lezen. Bovendien heb ik het idee dat ik af en toe iets kwijt moet. Maar ik denk toch dat ik vooral graag zou onderzoeken hoe dat spreken nu in elkaar zit. Hoe is dat voor anderen? Waarvan houdt u als u spreekt? Als ik iets wil onderzoeken, houd ik meestal mijn oren gespitst. Niet uit welopgevoedheid of hoge waarden, maar vooral uit nieuwsgierigheid. Zo had ik graag gehoord wat er gebeurt in de hoofden van anderen als ze zich ergeren.  

Kleine woordjes

december 4, 2007

language-teacher.jpgWat is dat toch allemaal, t Is toch altijd wat, tiens, ja maar, t’is te zeggen, misschien, als dan toch eventueel, wie weet, tja, bof, amaai

Die kleine woordjes verwijzen ogenschijnlijk nergens naar. Ze hebben geen betekenis, maar wel zin. Als je samenvat laat je de meeste kleine woordjes vallen. Bij zo’n striptease van zinnen sta ik versteld hoe weinig er over blijft. Die woordjes krijgen hun zin in een nest van zinnen. 
Sommige komen plots in de mode. Soms zijn ze besmettelijk. Zo ben ik verslaafd geweest aan “snap je?” en “ah zo”. Ik ken psychologen die er op los hummen en goochelaars die “tadaaa” te pas en te onpas gebruiken. Gek wel dat je ook die kleine woordjes ongepast kan gebruilen. Tiens tiens.

meningen

november 26, 2007

mixbw_baby.jpg

Waarom is een mening zo sterk? Waarom moet die eruit, zoals een baby na negen maanden? Wil menen zeggen dat je iets heel ernstig neemt?

De manier hoe meningen eruit moeten is misschien niet zo bijzonder. Het is eigenaardig dat het niet lijkt dat als er een is uitgekomen, er dan terug plaats is voor een andere om terug naar binnen te gaan. Alsof het stellig iets beweren een soort magie is die je behoedt voor iets. Waarvoor dan? Ik hoorde al zeggen door mijn cursisten dat het iets met veiligheid te maken heeft. Je zit veilig in je eigen denkbeelden. Maar dan vind ik het wel een soort onveiligheid om je mening te uiten, want dan bestaat de kans dat je tegenwind krijgt, dat je onderuit gehaald wordt. Ik deel de mening van de cursisten dat het lijkt alsof het iets met veiligheid te maken heeft. Daarom dat sommigen afhaken als je ‘te ver’ gaat in het denken. Zo ver dat het zinloos wordt. Of juist zinvol?

Babies zouden in hun eerste maanden hun spieren de hele tijd opspannen en ontspannen, om het verschil te maken tussen wat zij zijn en wat de buitenwereld is. In de baarmoeder hebben ze niet zo’n besef van waar hun eigen lichaam eindigt. Het leek me een leuke denkpiste ‘meningen’ ook als zoiets te bekijken. Door een mening te uiten, zorgt je er dan voor dat je weet waar je verschilt van de ander. Waar de ander stopt en jij begint.

Synthese

oktober 21, 2007

visbomautohen 

Dit zou uiteraard een kort stukje moeten worden gezien de titel.
Hoe vat je eigenlijk samen? Je haalt de belangrijke punten uit een geheel. Maar hoe weet je wat belangrijk is? Waarschijnlijk zoek je de statements. Dingen die gesteld worden en waaruit de rest van de redenering volgt zonder dat er bewijs voorhanden is voor die basisblokken. 
In gesprekken kan je die zogenaamde zekerheden gemakkelijk opspeuren. Meestal proberen mensen hun oordelen als feit te verkopen. Dus statements zijn goed te vangen als iemand je ergens van probeert te overtuigen. Woordjes als ‘uiteraard, het spreekt vanzelf, natuurlijk, ik heb gelezen, dat is altijd al zo geweest,…’ werken dan als een soort alarmbel.

Ik verkoop hier dus statements, die je in vraag kan stellen. Maar heb ik nu eigenlijk al een antwoord gegeven op de vraag hoe je te weten komt wat de belangrijke punten zijn uit een geheel? Dat lijkt me van niet. Om een synthese te maken volstaat het niet om de statements op een rij te zetten. Een synthese is geen exacte weerspiegeling van wat er gezegd werd, er wordt iets aan toegevoegd. Redeneringen worden doorgetrokken en relaties gelegd. Het helpt om statements te spiegelen of er de uitzondering op te zoeken. Steeds afvragen ‘wat zou nu het omgekeerde zijn van wat er hier wordt gezegd’. Of foute vragen stellen. Hoe doe je dat? Het helpt om een plaat in je hoofd laten afspelen die steeds zingt ‘is dat zo?, is dat zo?, is dat zo?’. Foute vragen leiden tot onbegrip, of misschien verwondering.

Wat is nu de samenvatting van wat ik hier geschreven heb?
Een synthese maak je door de statements te zoeken, en dan alles overoop te gooien.

Dat is één manier. Er is ook een parallelsynthese mogelijk. Je gaat op zoek naar essenties, maar die kunnen zich eventueel op andere niveaus situeren. In dit geval zou een synthese van het voorgaande ook kunnen zijn : er wordt op zoek gegaan naar wat er gebeurt in je hoofd als je syntheses maakt en dit op analytische wijze. Of, er wordt in dit stukje in de eigen staart gebeten. Of korter: wat een gezever. Dat vat samen wat er hier gebeurt, maar op een ander niveau.

Soms zeggen mensen na een hele tijd: wat ik eigenlijk wil zeggen is…. De rest is niet eigenlijk. En dan lijkt soms dat wat er aan de eigenlijk voorafging in de verste verte niet op wat er na de eigenlijk komt.

Misschien moet ik mijn eigen truukje toepassen en het synthese ding omdraaien.
Wat is het omgekeerde van een synthese? Een analyse? Moet je dat eerst doen alvorens je een synthese kan maken? Dan ben ik hier goed bezig.
Het is erg moeilijk om te zeggen wat ik doe als ik synthese maak, omdat ik het niet in stukjes kan opsplitsen in mijn hoofd. Alles gebeurt door elkaar. Het is meer zo een soort hocus pocus gevoel. Werkelijk gek om een proces te proberen analyseren waar je je niet echt bewust van bent. Kan je er dan wel over spreken, of moet ik concluderen dat samenvatten gebeurt op een hocuspocus-manier?

Bovenstaande doodskisten zijn een soort samenvatting van wat de overledene was.

koersverandering

september 25, 2007

Deze blog zal vanaf nu eerder gaan over onderwerpen die voor de filosofische consultatie relevant zijn. Ik zoek geen ruim publiek meer. Gedaan met de bramen, paddestoelen en andere boswezens.
Eigenlijk dacht ik dat anekdotisch schrijven meer mensen zou aantrekken en ik wou mijn populariteit vergroten.
Vanaf nu zal het hier gaan over dingen als dialoog, meta-gesprekken, paradoxen, indirecte communicatie, verandering, ‘juiste’ vragen, …

Ik ben dus van gedacht veranderd. Hoe is dat in zijn werk gegaan? Wat gebeurde er toen ik een ander idee kreeg? Het lijkt plots overduidelijk dat de vorige aanpak verkeerd was.  Het zit juist. Wanneer zit iets juist?

bramen plukken of niet

september 10, 2007

braamSoms hangt er zo’n dikke mooie rijpe vlak buiten je bereik, dan vraag ik me af, plukken of niet. Het plukken van die ene neemt veel meer tijd dan het plukken van vele andere minder mooie. Je bent er bovendien zeker van dat je gaat vasthangen in de doorns en dat het losrukken veel pijn zal doen. Waarom staan er naast die doornige bramen trouwens brandnetels? Ze zijn wel heel defensief die blauwe bessen. Zo lekker zijn ze nu ook weer niet. Pretentieuze vruchten.

Rot is dat als je die mooie dikke verre braam eindelijk beet hebt, je ze meestal platknijpt door evenwichtsverlies. Of uit grijperigheid.

Natuurlijk blijf ik die verre onbereikbare plukken. Die vele andere zijn eerder de confituursoort en daar doe ik niet aan.

Hoed je voor het goede

september 2, 2007

Tomaatrot De hele dag door maken we morele oordelen. Dit kan niet en dat wel. Mijn buurvrouw zet vaak haar afval in de traphal. Meestal blijft die drie dagen stinken. Vorige week was ik het beu. Ik kon de dingen niet laten waar ze zijn. Van het moment dat ik het zag tot een uur later heb ik morele oordelen gemaakt.

Dat is toch niet te doen dat ze mij drie dagen haar stank laat ruiken.
Ik ga het haar zeggen.
Maar dan gaat ze misschien boos op mij zijn.
Ze heeft geen recht om boos te zijn.
Maar ik kom niet zoveel in de gang en ze kan het niet buiten zetten.
Een keertje vind ik niet erg, maar wat is een keertje.
Nu heb ik er echt genoeg van.
Soms zet ik mijn muziek wel erg luid, misschien heeft ze daar ook last van.
….

Zo blijft dat dan een tijdje doorgaan, tot het moment dat ik werkelijk iets onderneem. Daarna zoek ik soms nog wat bevestiging over de gemaakte keuze door het verschrikkelijke vuilbakkenverhaal door te vertellen. Die toehoorders moeten dan ook allemaal zeggen hoe erg het is dat die vuilbak daar staat te stinken.
En dan komt er rust. Waarom kan ik niet gewoon denken ‘het stinkt, hoe los ik het op?‘ vervolgens aanbellen en zeggen? Waarom moet die persoon eerst aan een grondig moreel beraad worden onderworpen?

Kinderen en je eigen tijd

augustus 27, 2007

tobogan.jpg 

Na een zomer vol regen zullen veel ouders hier hartelijk om lachen. Alhoewel ik de meesten ervan verdenk om halsstarrig hun best te blijven doen en nooit toe te geven dat ze hun kind in de mixer zouden willen draaien. Soms lijkt het dat ouders in een soort rimpellooscompetitie zitten. Om tijd voor zichzelf te vinden moeten ze allerlei slimme oplossingen bedenken. De zelf-tijd moet op een verantwoordde manier verkregen worden. Je kan de kinderen niet zomaar de hele dag voor tv zetten. Diegene die dat allemaal top-georganiseerd krijgen, die zijn gewonnen.